Onderzoek
1 / 6
Onderzoeksvraag:
Hoe draagt de POH GGZ in de praktijk bij aan het starten, volgen en afbouwen van antidepressiva en welke knelpunten en vormen van ondersteuningsbehoeften worden ervaren en hoe hangt dit samen met het voorschrijfgedrag van huisartsen?
Auteurs: Gerdien Veldhuizen en Celine van Wieren
Datum: 15 december 2025
Korte samenvatting
Antidepressiva, benzodiazepines en opioïden zijn middelen die in de huisartsenpraktijk veel worden voorgeschreven. Het zijn middelen die niet makkelijk zijn af te bouwen; NHG Standaarden adviseren benzodiazepines en opioïden alleen kortdurend voor te schrijven en bij antidepressiva regelmatig te evalueren of afbouwen mogelijk is. Bij het afbouwen hebben patiënten begeleiding nodig waarvan handvatten te vinden zijn in standaarden en bijvoorbeeld op Thuisarts.nl. Huisartsen hebben te weinig tijd om er voldoende aandacht aan te besteden. De POH GGZ zou hierbij een belangrijke rol kunnen vervullen. Volgens het functieprofiel is het een van de taken van de POH GGZ om (samen met huisarts en patiënt) bij langdurig gebruik van antidepressiva of benzodiazepines regelmatig na te gaan of afbouwen mogelijk is (Magnée, T., Stroo, M., Kager, C., Hek, K. Zet de POH-ggz in bij chronisch medicatiegebruik. Huisarts en Wetenschap: 2022).
Onderzoek richt zich op de rol van de POH-GGZ bij ondersteuning van patiënten die starten met, ingesteld worden op, of afbouwen van antidepressiva binnen de huisartsenpraktijk. Het verkent hoe de POH-GGZ in de praktijk bijdraagt aan medicatievoorlichting, monitoring van effect en bijwerkingen, motiverende gespreksvoering en het bieden van psychosociale ondersteuning. Daarnaast onderzoekt het onderzoek welke knelpunten de POH-GGZ ervaart
Tot slot wordt er onderzocht hoe deze ondersteuningsbehoeften en ervaringen samenhangen met het voorschrijven en vervolgbeleid van huisartsen.
Aanleiding
Binnen de huisartsenpraktijk wordt een groot deel van de behandeling van depressieve klachten uitgevoerd door de huisarts en de POH-GGZ. In de afgelopen jaren is er meer aandacht gekomen voor het zorgvuldig starten, monitoren en afbouwen van antidepressiva, mede door toenemende zorgen over langdurig gebruik, ontwenningsklachten en variatie in voorschrijfgedrag tussen huisartsen. Daarnaast ervaren zowel huisartsen als POH-GGZ regelmatig tijdsdruk, onduidelijkheid over verantwoordelijkheden binnen medicatietrajecten en wisselende patiëntbehoeften. Deze factoren maken het relevant om te onderzoeken hoe de POH-GGZ bijdraagt aan antidepressivagebruik maar ook welke knelpunten of ondersteuningsbehoeften daarbij worden ervaren.
Onderwerp
Dit onderzoek richt zich op de manier waarop de POH-GGZ betrokken is bij het proces van starten, volgen en afbouwen van antidepressiva binnen de eerstelijnszorg. Het onderzoekt welke concrete taken de POH-GGZ hierbij uitvoert, de uitdagingen hiervan en welke vormen van ondersteuning gewenst zijn om deze rol optimaal te vervullen.
PICO Vraagstelling
P: Volwassen patiënten in de huisartsenpraktijk met depressieve klachten die starten met, ingesteld worden op, of antidepressiva afbouwen, in samenwerking met huisarts en POH-GGZ.
2 / 6
I: Begeleiding door POH GGZ tijdens het traject van starten, monitoren en afbouwen van antidepressiva (bijv. psycho-educatie, monitoring van effect en bijwerkingen, motiverende gespreksvoering, ondersteuning bij afbouw).
C: Gebruikelijke zorg waarbij de huisarts voornamelijk zelfstandig verantwoordelijk is voor het medicatietraject, met beperkte of standaardmatige betrokkenheid van de POH-GGZ.
O: Betere ondersteuning en begeleiding bij medicatiestart en afbouw, minder knelpunten ervaren door POH-GGZ en huisarts, taakverdeling en betere samenwerking en mogelijke invloed op voorschrijfgedrag van huisartsen (bijv. bewuster starten, vaker evalueren, zorgvuldiger afbouwen).
Onderbouwing
De POH-GGZ speelt een steeds belangrijkere rol in de eerstelijnszorg bij de behandeling van depressieve klachten. Richtlijnen zoals de NHG-Standaard Depressie benadrukken het belang van zorgvuldige besluitvorming rondom het starten van antidepressiva en het systematisch evalueren van effect en bijwerkingen. Door tijdsdruk, complexiteit van patiënten problematiek en variatie in voorschrijfgedrag tussen huisartsen blijkt echter dat deze evaluatiemomenten in de praktijk niet altijd worden gerealiseerd. Hierdoor kunnen risico's ontstaan zoals voortgezet gebruik zonder nog een duidelijke indicatie, onvoldoende begeleiding bij afbouw of het te laat herkennen van bijwerkingen of therapie ontrouw.
De POH-GGZ kan een waardevolle aanvulling bieden, doordat zij meer tijd heeft voor begeleiding, psycho-educatie, monitoring en het ondersteunen van gedragsverandering. Tegelijkertijd is niet altijd duidelijk welke rol de POH GGZ heeft in medicatiebegeleiding en welke kennis en vaardigheden daarbij nodig zijn. Knelpunten: onduidelijke taakafbakening, beperkte toegang tot scholing over antidepressiva, behoefte aan praktische handvatten voor afbouwbegeleiding en verschillen in verwachtingen van huisartsen.
Door in kaart te brengen hoe POH GGZ bijdraagt in het proces, ontstaat inzicht in hoe de samenwerking tussen huisarts en POH GGZ kan worden versterkt, en hoe dit uiteindelijk kan bijdragen aan zorgvuldiger en patiëntgerichter antidepressivagebruik.
Zoekstrategie
Om een volledig beeld te krijgen van de rol van de POH GGZ is een brede zoekstrategie toegepast. We hebben gebruikgemaakt van wetenschappelijke literatuur en praktijkgerichte bronnen.
Brede verkenning van het thema door:
-
· Het raadplegen van landelijke richtlijnen (NHG-Standaard Depressie)
Om wetenschappelijke onderbouwing te verzamelen zijn meerdere databases geraadpleegd, waaronder: PubMed /Medline, PsycINFO, Nivel, CINAHL en Google Scholar.
Gebruikte zoektermen:
-
· Huisartsenpraktijk,
-
· Doelgroep (depression),
-
· Rol (mental health nurse, POH-GGZ),
-
· Thema’s (antidepressants, monitoring, deprescribing, barriers, support needs).
3 / 6
Relevante bronnen meegenomen:
-
· Vakliteratuur voor POH-GGZ en huisartsen,
-
· Rapporten van beroepsverenigingen (LV POH-GGZ, NHG),
-
· Afbouwrichtlijnen en handreikingen.
-
· Farmaceutisch weekblad
Aangevuld met:
-
· Praktijkervaringen werkplek.
-
· Gesprekken met collega POH-GGZ en huisartsen.
Daarnaast hebben we in het kader van ons eigen leerdoel AI gebruikt. We hebben AI ingezet om informatie te verkennen, te checken en teksten te verduidelijken. Dit hielp ons om efficiënter te werken en het onderzoek beter te begrijpen.
Beschrijving van de gevonden literatuur
Rol van de POH-GGZ / mental health nurse in de eerstelijnszorg
Verschillende studies beschreven hoe mental health nurses internationaal worden ingezet voor het monitoren van depressieve symptomen, het bieden van psycho-educatie en het ondersteunen van patiënten tijdens de behandeling. Nederlandse richtlijnen laten zien dat de POH-GGZ een belangrijke rol heeft in signaleren, monitoren en het bespreken van effect en bijwerkingen, maar dat de mate van betrokkenheid sterk varieert tussen huisartsenpraktijken. Literatuur gaf aan dat POH GGZ’ers vaak meer tijd en continuïteit kunnen bieden dan huisartsen. Tegelijkertijd werd genoemd dat hun rol rondom medicatie niet altijd duidelijk is vastgelegd.
Starten, volgen en afbouwen van antidepressiva
De literatuur laat zien dat antidepressiva vaak langer worden gebruikt dan klinisch noodzakelijk en dat evaluatie niet altijd plaatsvindt. Verschillende bronnen benadrukken dat patiënten behoefte hebben aan uitleg, begeleiding en steun bij zowel starten als afbouwen.
Onderzoeken beschreven dat goede monitoring door bijvoorbeeld een POH-GGZ kan bijdragen aan tijdige signalering, betere therapietrouw en het verminderen van ongewenst langdurig gebruik. Over afbouw bleek relatief weinig harde bewijzen beschikbaar, maar begeleiding in geleidelijke afbouw, goede communicatie over ontwenningsverschijnselen en gezamenlijke besluitvorming noodzakelijk.
Onderzoeken beschreven dat goede monitoring door bijvoorbeeld een POH-GGZ kan bijdragen aan tijdige signalering, betere therapietrouw en het verminderen van ongewenst langdurig gebruik. Over afbouw bleek relatief weinig harde bewijzen beschikbaar, maar begeleiding in geleidelijke afbouw, goede communicatie over ontwenningsverschijnselen en gezamenlijke besluitvorming noodzakelijk.
Voorschrijfgedrag van huisartsen
Literatuur geeft aan dat het voorschrijfgedrag van huisartsen wordt beïnvloed door verschillende factoren: tijdsdruk, patiëntverwachtingen, ervaren behandelopties, kennis over afbouw en samenwerking met de POH-GGZ. Daarbij dat huisartsen eerder geneigd zijn antidepressiva voor te schrijven wanneer de psychosociale ondersteuningsmogelijkheden beperkt zijn. Betrokkenheid van een POH GGZ leidt vaker tot bewuster voorschrijven, meer evaluatiemomenten en meer aandacht voor niet medicamenteuze interventies.
De meeste literatuur benoemde vergelijkbare knelpunten:
-
· Onduidelijke taakverdeling tussen huisarts en POH-GGZ.
4 / 6
-
· Gebrek aan kennis of scholing over afbouwstrategieën.
-
· Variatie in beschikbare tijd voor monitoring.
-
· Wisselende mate van samenwerking en onderlinge afstemming.
Belangrijke ondersteuningsbehoeften: praktische handvatten voor afbouw, meer scholing over psychofarmaca, betere communicatie en overdrachtsafspraken binnen de praktijk.
Conclusie
Uit dit onderzoek blijkt dat de POH GGZ een belangrijke rol speelt bij het starten, volgen en afbouwen van antidepressiva binnen de huisartsenpraktijk. De literatuur laat zien dat de POH-GGZ door meer tijd, continuïteit en psychosociale expertise goed in staat is om patiënten te begeleiden bij medicatiestart, het monitoren van effect en bijwerkingen, en het ondersteunen bij zorgvuldige afbouw. Hiermee kan de POH GGZ bijdragen aan veiliger en meer patiëntgericht gebruik van antidepressiva.
Duidelijk is dat deze rol nog niet volledig tot zijn recht komt. Belangrijke knelpunten; onduidelijke taakafbakening tussen huisarts en POH-GGZ, gebrek aan specifieke scholing over antidepressiva en afbouw, verschil in werkwijzen tussen praktijken en beperkte tijd voor monitoring. Hierdoor bestaat het risico dat evaluaties worden uitgesteld, antidepressiva langer worden gebruikt dan nodig of patiënten onvoldoende ondersteuning ervaren bij afbouw.
De bevindingen zeggen dat duidelijke samenwerking en taakverdeling tussen huisarts en POH GGZ zorgt voor meer bewust voorschrijfgedrag, regelmatige evaluatiemomenten en zorgvuldiger afbouwtrajecten. Wanneer de POH-GGZ actief betrokken wordt bij medicatiebegeleiding, lijkt dit te leiden tot meer gezamenlijke besluitvorming, betere voorlichting voor patiënten en eerder signaleren van bijwerkingen of stagnatie in herstel (Verduijn, C. S., et al. Shared decision-making in antidepressant treatment in primary care: Patient experiences, 2017).
Literatuur wijst erop dat versterking van de rol van de POH GGZ op het gebied van scholing, praktische handvatten en duidelijke afspraken binnen de praktijk, kan bijdragen aan kwalitatief betere zorg rond antidepressivagebruik. Hierdoor kan de POH GGZ een stevigere positie innemen in het medicatieproces.
Oplossingen/advies
Literatuur geeft aan bijna de helft van de POH-GGZ geen scholing te hebben gevolgd op het gebied van afbouwbegeleiding en psychofarmaca. Bijna alle POH-GGZ zouden wel nascholing willen op deze gebieden. Op de open vraag wat daarin in elk geval aan de orde zou moeten komen, noemde 54% medicatie, bijwerkingen en onttrekkingsverschijnselen, 24% afbouwschema’s, 10% samenwerking met huisarts en apotheker, 9% motiverende gespreksvoering, 6% consultatie- en verwijsmogelijkheden, en eveneens 6% signalering van en beslishulp voor welke patiënten in aanmerking komen voor begeleiding (Magnée, et al, Zet de POH-ggz in bij chronisch medicatiegebruik. Huisarts en Wetenschap: 2022).
5 / 6
Literatuurlijst
Richtlijnen en handreikingen
NHG. (2023). NHG-Standaard Depressie (derde herziening). Nederlands Huisartsen Genootschap.
NHG & IVM. (2021). Handreiking Afbouwen SSRI’s en SNRI’s. Nederlands Huisartsen Genootschap & Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. https://www.nhg.org/thema/psychische-huisartsenzorg/afbouwen-ssris-snris/
IVM. (2020). Afbouwen van antidepressiva: Achtergrondrapport. Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik. https://www.medicijngebruik.nl/over-ivm/rapport/4225/verslag-expert-meeting-vws-afbouwen-antidepressiva--hoe
Trimbos-instituut. (2018). Multidisciplinaire richtlijn Depressie (3e revisie). Trimbos-instituut.
Antidepressiva, voorschrijfgedrag en afbouw
Batelaan, N. M., Bosman, R. C., Muntingh, A., Scholten, W. D., Huijbregts, K. M. L., & van Balkom, A. J. L. M. (2016). Risk of relapse after antidepressant discontinuation in anxiety disorders: Systematic review and meta-analysis. BMJ, 354, i4857. https://doi.org/10.1136/bmj.i4857
Davies, J., & Read, J. (2019). A systematic review into the incidence, severity and duration of antidepressant withdrawal effects: Are guidelines evidence-based? Addictive Behaviors, 97, 111–121. https://doi.org/10.1016/j.addbeh.2018.08.027
Morriss, R., et al. (2021). Primary care management of antidepressant withdrawal: A systematic review. British Journal of General Practice, 71(710), e508–e516. https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC6342590/
Rol van POH-GGZ / mental health nurses
Kenwright, M., Fairclaugh, P., Mc Donald, J, Pickford, L. (2024). Effectiveness of community mental health nurses in an integrated primary care service: An observational cohort study. Int J Nurs Stud Adv https://pmc.ncbi.nlm.nih.gov/articles/PMC11080488/
Neuweg, M., Sonnichsen, A., Cleland, J., & Kralik, D. (2019). Mental health nurses in primary care: A systematic review of their effectiveness in treating depression. Journal of Clinical Nursing, 28(9–10), 1523–1534. https://doi.org/10.1111/jocn.14760
Noordam, D., Heijmans, M., van Dulmen, S. (2023). Zorgtrajecten depressie en persoonlijkheidsproblematiek vanuit de huisartspraktijk. Nivel.
Eerstelijnszorg, samenwerking en voorschrijfgedrag
Koch, T., & Arroll, B. (2015). Should general practitioners review patients on long-term antidepressants? British Journal of General Practice, 65(637), 492–493. https://doi.org/10.3399/bjgp15X687421
6 / 6
Verduijn, C. S., et al. (2017). Shared decision-making in antidepressant treatment in primary care: Patient experiences. Patient Education and Counseling, 100(12), 2320–2327. https://doi.org/10.1016/j.pec.2017.07.034
Verhaak, P. F. M., & van Dijk, C. E. (2019). Psychische problematiek in de huisartsenpraktijk: Trends en verschuivingen. Nivel Rapportage.
Maak jouw eigen website met JouwWeb